Op de stranden van Zeeuwsch-Vlaanderen, de Kaloot, Walcheren en Noord-Beveland spoelt geregeld, zij het nooit in grote getale, een Chlamys aan, waarvan de determinatie moeilijkheden geeft. In de literatuur vindt men haar het eerst vermeld door Vernhout in een lijstje ”Fossiele of daarop gelijkende schelpen van het strand van Domburg” op bldz. 183 van het tweede deel van den ”Catalogus der Nederlandsche Mollusca van ’s Rijks Museum van Natuurlijke Historie” (1916, Zool. Meded., deel 2, bldz. 159 – 184) als ? Chlamys flexuosa (Poli). Van Heurn (1927, De fossiele schelpen van het strand van Walcheren. Verh. Geol. Mijnbouwk. Gen., Geol. Serie, deel 7, vijfde stuk, plaat 7) beeldt er daarna op fraaie wijze een vijftiental exemplaren van af, die hij Pecten glaber L. noemt. Blöte (1929, Over recente en fossiele mollusken van het Nederlandsche strand. Zool. Meded., deel 12, bldz. 26 en 27) spreekt van een fossiele soort, die hij Chlamys (Flexopecten) glaber L. noemt en een recente, (Flexopecten) flexuosus Poli, beide van het strand van Walcheren. Van Heurn ziet later (1936, Over fossiele schelpen van het Nederlandsche strand en hare verwantschap met fossielen uit de tertiaire lagen van België en Engeland. Wageningen, bldz. 10 – 14, pl. 2 en 3) ook twee soorten in het materiaal, namelijk Pecten glaber L. en Pecten (Flexopecten) inaequicostalis Lam. met de var. pertransiens Sacco.