In de Nederlandse molluskenfauna komen heel wat ”systematische duo’s” voor, waaronder ik voor deze gelegenheid versta, twee soorten die bedrieglijk veel op elkaar gelijken, en wier onderscheiding studie en een scherpe waarneming vereisen. Ten aanzien van sommige van zulke duo’s bestaat onzekerheid of zij inderdaad uit twee zelfstandige soorten bestaan, en is men in de praktijk van het determineren vaak geneigd zich af te vragen of men toch'niet met oecologische vormen van één soort te doen heeft. Aangemoedigd door het grondige onderzoek van enkele buitenlandse auteurs, die naar een definitieve oplossing van dergelijke problemen streefden, heeft men de laatste jaren ook in de Nederlandse fauna meer klaarheid in dergelijke vraagstukken kunnen 'brengen. Wat de landmollusken betreft"" herinner ik slechts aan de genera Vallonia, Succinea, Vitrea en Carychium. Andere genera wachten, wat het Nederlandse faunagebied betreft, nog op een kritische revisie van de betrokken literatuur en van het in de loop der jaren in de onderscheidene museum- en particuliere collecties vergaarde materiaal. Tot deze problematica behoort het geslacht Cochlicopa.