Toen ik het laatste Correspondentieblad in handen kreeg en het ter kennismaking als vast vluchtig doorbladerde, raakte ik lichtelijk overstuur bij het lezen van het onrustbarende opschrift ”De Haagse Kontaktgroep in moeilijkheden”. Daar is het dan eindelijk zo ver, dacht ik, de boot is aan, eerst wild-west het halve Parijse bekken naar de Residentie toe slepen en vervolgens bedremmeld bij de pakken neerzitten en geen raad weten met de buit aan fossielen. Qui trop embrasse. mal e treint..