Dat ik je via het Correspondentieblad schrijf, is niet alleen om een postzegel uit te sparen, maar vooral ook omdat ik zodoende de hoop durf te koesteren, dat andere nederlandse malacologen in Zuid-Afrika – en ik denk in het bijzonder aan je buurman Meeuse – nu over je schouder zullen meelezen. Alvorens van wal te steken, wil ik je echter even laten weten, hoezeer ik je bijdrage in CB 82 over ""Nieuwe Literatuur in Zuid-Afrika"" op prijs stel. Hoewel zelf geen bestudeerder van'mariene mollusken, lees ik dergelijke overzichten graag. Bovendien doet het mij als oud-redacteur van het CB goed, te merken, dat het contactblad jou, eveneens oud-bestuurslid, na aan het hart ligt. Ik hoop dan ook, dat je zult voortgaan ons nu en dan op de hoogte te houden van wat er in Zuid-Afrika op malacologisch gebied gebeurt. Een andere wens – en dat is de aanleiding tot het schrijven van deze brief – is, dat ik je hulp kom inroepen bij mijn Pisidiumstudie. Uit de jaren, dat wij in Den Haag vele avonden met malacologie volboomden, herinner je je nog wel mijn gevoeligheid voor afrikaanse Pisidiums. Toen al ""stoeide"" ik, zoals dat in ons jargon heette, met het moeilijke materiaal dat mij uit Zuid-Afrika werd toevertrouwd, Sindsdien zijn, uitgaande van Connolly's monografie, enkele problemen opgelost, maar toch ontbreken mij nog enige gegevens om tot publicatie van een ""voorlopig"" overzicht der zuid-afrikaanse Pisidiums te kunnen overgaan, iets waarnaar ik, hoe beperkt het thema ook is, al jaren streef. Voor het vullen van die lacunes doe ik bescheidenlijk een beroep op je bijstand. De stand, van zaken, wat de zuid-afrikaanse Pisidiums betreft, is in het kort als volgt: Pisidium costulosum CONN., goed gekenmerkt door de pulchellum-achtige sculptuur, leeft in rivieren en is gevonden bij Rustfontein (Rhenoster Rivier), in de Klein Berg Rivier bij de Tulbagh Kloof, in de Bergrivier bij Kaapstad, in de Klein Jukskei Rivier bij Johannesburg; Pisidium langleyanum M. & P., met een gelijkmatig en fijn geribbeld, schelpje, is bekend van Port Elisabeth (typelocaliteit) en verder bij Hogsback n. Alice (Eastern Cape Prov.), en visvijvers bij Jonkershoek bij Stellenbosch; P. lepus in de Gr. Letaba Rivier, Krügerpark; P. georgeanum m., een dunschalige, bleke, ovale soort in de Gwyang Rivier bij George, de Klip Rivier (Olifantsvlei) bij Johannesburg; P. edouardi m., een op onze casertanum lijkende soort, die het eerst van Madagascar bekend was, en nu ook van enkele hoog gelegen vindplaatsen in Zuid- en Oost-Afrika, is gevonden in Basutoland op 9500 ft. En dan is daar nog dat raadsel P. ovampicum Ancey, waarvan zowel de beschrijving als de herbeschrijving niet in de roos schoten, en waarvan het authentieke materiaal ergens tussen Kaapstad en Londen onvindbaar goed is opgeborgen. Ik hoop jou en anderen met dit korte overzicht te kunnen opwekken tot het speuren naar Pisidiums. Ik zie voor mijn geestesoog al je afwerend gebaar. Ja, ik weet al: de afstanden zijn groot in Afrika en de Pisidiums liggen er niet zo opgeschept als in Nederland, en dan hebben jullie tenslotte het krachtige argument Bilharzia.bij de hand om zoetwatermollusken met rust te laten. 'Maar ondanks dit alles hoop ik, dat er zich, ook voor iemand die zich nu beroepshalve met insecten bezig houdt, mogelijkheden voordoen. Doe bij gelegenheid mijn groeten aan dr. Barnard, uitwiens museum ik nog steeds materiaal ter bewerking heb, en aan Mr. Harrison, principal Research Officer van de National Chemical Research Laboratory be Pretoria, wiens incidentele zendingen voor mijn onderzoek van grote waarde zijn. Wanneer ik nog steeds niets over het door hen toegezonden materiaal heb gepubliceerd, is dat geen traagheid, doch alleen voorzichtigheid, en misschien ook kortzichtigheid van mij in de systematiek van deze groep.