De toelichting van de penningmeester (blz. 896) heeft mijn gevoel van zorg slechts ten dele weggenomen. Ik zou echter niet op mijn kritiek terugkomen als ik niet zo’n onwankelbaar vertrouwen in het onverwoestbare humeur van onze penningmeester had. Ik prijs zijn vaderlijke zorg voor de geldelijke beslommeringen onzer Vereniging, waardoor alle leden onbekommerd kunnen slapen, desnoods ook tijdens huishoudelijke vergaderingen ...... Ik kan zelfs gevoel hebben voor de humor die schuilt in de royale wijzo, waarop de Vereniging telkenjare zichzelf subsidies verleent en de leden verheugt, met talloze saldi, In het financiële beleid van de Vereniging mis ik evenwel de vooruitziende.blik, de brede visie. In de 25 afgelopen jaren zijn contributie en abonnementskosten verdrievoudigd. Alleen al tegen deze achtergrond- gezien, is het niet verantwoord om aan het bestuur, dat over 15 of 20 jaar zitting zal'heTpben, verplichtingen ten aanzien van L-leden, zonder de daarvoor bestemde londsen, na te laten. Ook ben ik niet bereid te bagatelliseren, wat de Verenigingskas gederfd heeft door de enigszins opportunistische politiek van: de spaarpot groeit niet zo vlug als gehoopt .werd, dus gaan wij kalmpjes aan potverteren. Dat is het paard achter de wagen spannen. Tegenover de zienswijze, dat de inschrompoling van het verenigingskapitaal nog al mee valt, kan ik met. evenveel overtuiging stollen: als tijdig voor een behoorlijke belegging gezorgd was, zou het voronigingskapitaal het dubbele hebben kunnen bedragen.