Op 5 september van dit jaar vond de heer P. Leeuwangh op het strand bij Terheiden een zeer interessant voorwerp, waarvan het gebruik mij tot nu toe onbekend is gebleven. Het is vervaardigd uit een gele, poreuze, plastic-achtige stof, die bij verbranding smelt en donkerbruin kleurt. Het bleek opgebouwd uit een tweetal doorboorde schijven, die op elkaar geplakt waren, zodat een dikke ring ontstond.'In het inwendige van deze ring waren een aantal holten uitgespaard, die kennelijk dienden om het geheel lichter te maken of om het een groter drijfvernogen te geven. Do binnenzijde was bekleed met een folie van hetzelfde materiaal, welke op sommige plaatsen bobbels vertoonde; de buitenzijde was voorzien van een blauv/e verflaag. De ""drijver"", zoals vvij het ding genoemd hebben, maakte de indruk reeds geruime tijd in zee te hebben rondgedreven, daar de buitenzijde sterk was begroeid met,kallckokerwormen, veel exemplaren van de zeepok Verruca strömia (Müll.), enkele bryozoa, en veel exemplaren van Heteranomia squamula (L.), waartussen ook een aantal exemplaren voorkwam van de var. aculeata Müller