Nadat dr. W. Vervoort op 2 september 1964 Deroceras reticulatum (Müll.) op Rottumeroog verzamelde en daarvan melding werd gemaakt door dr. v. Regteren Altena in een notitie voor het Correspondentieblad bracht de heer S. Braaksma (Staatsbosbeheer) mij één levende en drie lege huisjes van Cepaea nemoralis (L) door hem op 2 oktober 1965 op Rottumeroog verzameld. Het levende exemplaar is geel met bandformule 1.2.3.4.5.; een leeg huis behoort tot dezelfde vorm; een tweede huisje is eveneens geel, doch heeft bandformule 1.2.3. 4.5.; het derde huisje is rose en zonder banden. Alle huisjes hebben een donkerbruine mondrand en zijn volwassen. Afmetingen resp. L. 18.1, B 21.2; L. 19.4, B 21.8, L. 20.1, B. 23, L.19.8 x 23.