Het is verheugend een opleving te constateren in de belangstelling voor de tertiaire mollusken, in het bijzonder die uit het Bekken van Parijs. Immers de talrijke en belangwekkende soorten, die men daar zonder veel inspanning kan verzamelen, vormen een waardevol vergelijkings- en studiemateriaal. Na de grote aandacht, die enige jaren geleden is gevallen op het Plioceen (Antwerpen) en het Eemien (Amsterdam) kan men zeggen, dat ditmaal Frankrijk goed aan de beurt komt. Nu veel leden zich een eigen vervoermiddel kunnen veroorloven, is het al geen bijzonderheid meer een NLauto te ontmoeten bij de Eocene vindplaatsen. Zo mocht ik begin augustus de heer van Driel uit Bussum met zijn beide flinke zoons begroeten aan de groeve van Damery, een plaats, waar zij overigens reeds jaren in successie plegen te verzamelen en waar zij verleden jaar zelfs een Cerithium giganteum wisten uit te graven. Dat deze laatste soort, de reus onder zijn fauna-genoten, niet zo zeldzaam is als men wel eens denkt, moge blijken uit een stukje, dat ik dezelfde dag uit l’Union, de bekende Franse krant, knipte en dat ik hier weergeef: ”De Société Laonnoise de Paleontologie vervolgt haar onderzoekingen zowel in Aisne als in de aangrenzende departementen.