Zuidelijk Afrika, waaronder men gewoonlijk Afrika ten zuiden van de Zambesi en Kunene verstaat, is een geweldig groot gebied. Uit gebied, dat wel eens met de term ”subcontinent” aangeduid wordt, beslaat een oppervlakte van ongeveer 110 maal die van Nederland. Het omvat de landen Zuid-Afrika met als enclave Basoetoland (nu Lesotho), Zuidwest-Afrika, Beetsjoeanaland (nu Botswana), Rhodesia, Swaziland, en het zuidelijk deel van Mozambique (Portugees Oost-j>.frika). Hoewel de topografie van dit gebied als algemeen bekend verondersteld mag worden, lijkt het toch dienstig even de aandacht te vestigen op het grote belang van de ongeveer ZW-NO verlopende waterscheiding aan de oostzijde van het land; deze hier en daar onderbroken waterscheiding wordt voornamelijk gevormd door de Drakensbergen, die maximaal 3299 m (Mt. aux Sources, Natal) hoog zijn. Dit heeft tot gevolg dat door de heersende winden een belangrijk deel van de neerslag ten oosten van en op deze bergrug valt in de zich naar het zuiden toe sterk vernauwende kustvlakte. Van oost naar west vindt men dan ook een afnemende regenval (oostkust gemiddeld per jaar 750 – 1000 mm, bossen op de waterscheiding 1000 – 1500 – 2000 mm,'van Pretoria naar de westkust afnemend van 750 mm tot 125 mm) die sterk aan seizoenen gebonden is. In de zuidwestelijke Kaapprovincie ligt aan de kust een betrekkelijk klein gebied dat winterregen krijgt; het overige Zuidelijk Afrika heeft zomerregen, waarbij men wel dient te bedenken dat op het zuidelijk halfrond de seizoenen precies tegengesteld zijn aan die bij ons. Juli is daar midwinter en Kerstmis is een traditioneel midzomerfeest !