1967
Uit de literatuur
Publication
Publication
Correspondentieblad NMV , Volume 123 - Issue 1 p. 1316- 1316
Beschadigingen kunnen aan mariene schelpen worden toegebracht door zeer uiteenlopende organismen: algen, boorsponsen, ringwormen, Bryozoa, Cirripedia en ook mollusken. Voor de bioloog zijn zij in de eerste plaats van belang voor de oecologie van de planten en dieren, die de beschadigingen toebrengen, soms ook, wanneer het om schelpen gaat van nog levende individuën, voor de kennis van de levenswijze van de betreffende weekdieren en tenslotte in het algemeen voor de kennis van de kringloop van calcium inzae. De palaeontoloog stelt er belang in, omdat deze beschadigingen hem iets kunnen vertellen over het milieu waarin fossiele mollusken hebben geleefd, of over het lot van schelpen sinds de bewoners dood zijn gegaan. Daarom hoeft het ons niet te verwonderen, dat een palaeontoloog deze gegevens voor het eerst heeft samengevat.
| Additional Metadata | |
|---|---|
| Correspondentieblad NMV | |
| CC BY-NC 4.0 NL ("Naamsvermelding-NietCommercieel") | |
| Organisation | Nederlandse Malacologische Vereniging |
|
C.O. van Regteren Altena. (1967). Uit de literatuur. Correspondentieblad NMV, 123(1), 1316–1316. |
|