In het Nationale Park de ”Kennemer duinen”, zijn in een afgelegen hoekje een aantal bunkers (ongeveer 20) geschikt gemaakt voor een primitief vakantieverblijf. De bunkers liggen in de zeereep (de laatste duinenrij voor de zee), precies midden tussen IJmuiden en Bloemendaal aan zee en alleen bereikbaar per fiets of te voet. U begrijpt welk een aantrekkelijke rust dit vakantieverblijf garandeert en dat zo dicht bij Amsterdam. Deze rust maakt het tevens erg aantrekkelijk om in de omgeving naar molluskon te zoeken. Zelfs in de zeereep bleek dit niet moeilijk: Op een bunkermuur vond ik al gauw een paar exemplaren van Clausilia bidentata. Deze muur ligt enigszins ingesloten tussen duintoppen en kijkt uit op het Noord-Oosten. Maar tevens ligt de muur aan het eind van een doodlopend betonweggetje, waar kinderen graag speelden. Voor zover is na te gaan waren alle Clausilia’s van de muur ”getennisd” aan het eind van mijn vakantie. Bij het bekijken van de duinhelling, er vlak bij in de buurt, kon ik toch regelmatig Clausilia’s vinden. Vooral in dichte zware helmpollen, waar ze samen zitten met Pupilla muscorum en Cochlicopa lubrica en soms Vallonia costata. Bij regenweer is dit alles makkelijker te vinden omdat ze naar boven kruipen, tot halverwege de hoogte van het helmgras, hij droog weer zijn ze weggekropen tussen de wortels. Aanvankelijk was het mij een raadsel hoe de slakken zich hier verspreiden. Soms waren ze te vinden in totaal geïsoleerde helmbossen, omgeven door grote stukken zand. Deze slakken kunnen resten vormen van een fauna, die in de oorlog heeft geprofiteerd van de gesloten begroeiing. Maar mijn gevoel geeft de voorkeur aan transport via konijnen of vogels, dat 'ook nu nog kan gebeuren. Dank zij het artikel van J.G.J. Kuiper (Wandelingen naar de bergmeren van de Pyreneeën, C.B. no. 120) weet ik hu dat deze mogelijkheid reëel is.'