Naar aanleiding van het artikel van de heer Mienis over Turritella tricarinata communis Risso (C.B. No. 130, p. 1399) kan ik eveneens een vondst melden van dit penhorentje op Terschelling. Het betrof hier een nagenoeg gaaf exemplaar, geheel begroeid met Hydractinia. De vondst werd gedaan op 3 september 1964 tussen paal 7 en 8. De lengte van dit exemplaar bedroeg 45 mm, de top was beschadigd.