Parys, den 30 January. “De Heer Valmont de Bomare, Lector in de Natuurlyke Historie, den geheel Na-Zomer doorbrengende te Chantilly, hij heeft by die gelegenheid de proeven willen herhalen, omtrent de wederaangroeiing van het hoofd der Slakken, eene ontdekking voor eenigen tyd gedaan door Doctor Spalanzani te Modena. De Heer Bomare benevens de Hoor Botie, Apotheker van den Prins van Condé, sneden 52 zoo aart- als schulpslakken het hoofd af, waar van er 9, na verloop van 24 uren, reeds wederom begonnen te kruipen, doch het waren alleen die, welke, by het afsnyden van het hoofd, maar zeer weinig en zagt tusschen de hoorns en de teeldelen met een scherp van een bot mes gedrukt waren, zoo dat zy zeer onderscheiden zagen, dat de hoorns terug getrokken wierden in het lighaam der slakkenj zy hebben zelfs opgemerkt, dat men op deze wyze niet dan de huid en een gedeelte van de bovenkaak der Slakken afsneed, en dat deze dieren, na verloop van 10 a 12 dagen wederom voort kropen, doch dat hunne hoornen beschadigd waren. De slakken, die men een gedeelte van het hoofd schuin afgesneden had, kropen voort met twee hoornen, maar die, welke men, zonder enige voorzorg het hoofd glad afgesneden had, en deze maakten het grootste getal uit, storven allen en lieten een zeer grooten stank na. Indien deze proeven in verschillende Landen en jaargetyden herhaald wierden, zou men er uit kunnen opmaken, of de slakken van sommige Landen, beroofd zijn van deze wederaangroeing der hoornen, terwyl die van een ander Land, dit voorrecht hebben, dan wel of de wyze, waar op deze afsnyding geschied, aanleiding geeft tot deze schijnbare aangroeing.