Voor mijn studie der recente en fossiele Neritidae ontving ik op 20 oktober 1969 een klein pakketje met enige Nerita-soorten van de Nieuwe Hebriden, een eilandengroep in de Pacifische Oceaan ten noordoosten van Australië. Bij een vluchtige beschouwing bleek het materiaal uit drie soorten te bestaan: Nerita albicilla L., N. maxima Gmelin en N. plicata L. Uit tijdgebrek werd pas enkele dagen later een begin gemaakt met het inschrijven en opbergen van het materiaal. Hierbij bleek dat een deel van de exemplaren, die tot N. plicata behoorden, nog in leven was. Enkele begonnen namelijk ijverig in het kartonnen opbergdoosje rond te kruipen. Dit verwonderde mij zeer sterk daar zij reeds meer dan een week in een meer dan ongewoon droog ”habitat” bevonden hadden, n.l. in sterk vocht opnemende celstofservetten.