Het oostelijk deel van de Middellandse Zee is malacologisch gezien altijd min of meer een stiefkind geweest. De malacologische werken, die aan dit gebied gewijd zijn, kunnen bijna op de vingers van beide handen geteld worden. Aan de hand van de bestaande literatuur zou men dan ook de indruk kunnen krijgen dat de fauna daar veel armer is in vergelijking met die van het westelijk deel der Middellandse Zee. Hoewel dit inderdaad het geval schijnt te zijn, hebben recente onderzoekingen vastgesteld dat een groot aantal typisch westelijke soorten ook in de wateren van de Levant voorkomen: Cirsotrema pumicea (Brocchi), Pseudosimnia carnea (Poiret) en Cymatium parthenopaeum (von Salis), om slechts een drietal als voorbeeld te noemen. Het zal echter nog wel enige jaren duren voordat we werkelijk een idee hebben waaruit de autochtone mariene fauna van het oostelijk Middellandse Zeegebied bestaat. Hoewel daardoor ons huidige faunabeeld sterk zal veranderen, zal de fauna op zich zelf niet veel veranderd zijn, immers, deze verandering wordt geheel veroorzaakt door een opheffing van een huidig gebrek aan informatie.