De steenmarter is sinds de jaren 1990 geëvolueerd van een zeldzame, slechts lokaal aanwezige soort tot een algemene soort in geheel Vlaanderen. Tegelijk met deze opmerkelijke populatieontwikkeling is ook het risico op steenmarterschade toegenomen, aan pluimvee, aan voertuigen en aan woningen. Steenmarters nemen inderdaad niet zelden hun intrek in gebouwen, waar ze overlast kunnen bezorgen door bevuiling (via hun uitwerpselen of voedselresten) en lawaai (gekrijs, gestommel), maar ook materiële schade kunnen veroorzaken door bijvoorbeeld dakisolatie stuk te maken of in kabels en leidingen te bijten. Het doden van de dieren biedt hierbij – behoudens grootschalige uitroeiing – geenszins een oplossing, aangezien het om een territoriale soort gaat en een vrijgekomen plaats heel snel door een soortgenoot opnieuw zal worden ingenomen. In de context van dit toegenomen schaderisico rees dan ook de vraag in welke mate het aanbieden van alternatieve schuilplaatsen hier in zekere mate een oplossing zou kunnen bieden. Bij het weren, zonder meer, van steenmarters uit een schadegevoelig gebouw bestaat overigens de kans dat het probleem zich verplaatst naar een ander gebouw binnen eenzelfde territorium.
| Additional Metadata | |
|---|---|
| , , , | |
| Zoogdier | |
| CC BY-NC-ND 2.0 NL ("Naamsvermelding-NietCommercieel-GeenAfgeleideWerken") | |
| Organisation | Zoogdiervereniging |
|
K. van den Berge, F. Berlengee& J. Gouwy. (2021). Minder schade en overlast. Zoogdier, 32(4), 3–6. |
|