Gewone en ruige dwergvleermuizen maken gebruik van gebouwen als vaste rust- en verblijfplaats, maar hun voedselbron zit vaak elders. Zo vliegen gewone dwergvleermuizen gemiddeld zo’n 1,5 km naar hun foerageergebied. In het voortplantingsseizoen trekken deze vleermuizen bijna dagelijks, vaak langs een vaste route. De vliegroutes zijn vaak een aaneenschakeling van lijnvormige elementen als bosranden en bomenlanen, die zorgen voor geleiding en beschutting. Zeker bij veel wind benutten vleermuizen op vliegroutes de luwte om minder energie te verbruiken. Onderbreking van vaste vliegroutes kan ervoor zorgen dat vleermuizen niet meer genoeg voedsel vinden. Vaste vliegroutes worden daarom beschermd onder de Omgevingswet. Zo ook bij de realisatie van de Rottemerentunnel in het Lage Bergse Bos, waar een onorthodoxe maatregel als mitigatie bij grootschalige bouwwerkzaamheden werd ingezet.

, , , , , ,
Zoogdier

CC BY-NC-ND 2.0 NL ("Naamsvermelding-NietCommercieel-GeenAfgeleideWerken")

Zoogdiervereniging

B. Backx& J. Demmer. (2024). Kunstmatige vliegroutes voor vleermuizen zijn effectief. Zoogdier, 35(2), 3–5.