Op binnendijken vinden we plaatselijk een grote insectenrijkdom, maar lang niet overal. Wat maakt een specifiek dijkgrasland geschikt als leefgebied voor karakteristieke insectengroepen? Om hier meer zicht op te krijgen, hebben we op 85 dijken in het zuidwestelijk zeekleigebied de bijen, dagvlinders en sprinkhanen geteld en daarnaast eigenschappen van abiotische factoren, vegetatie en omgeving vastgelegd. Voor sommige eigenschappen waren er duidelijke relaties met de insectenrijkdom. Bij andere eigenschappen – die vaak wel van belang worden geacht bij ecologisch beheer – werd geen verband gevonden. Variatie in structuur blijkt belangrijker dan tot nu toe aangenomen. Een gevarieerd mozaïek van verschillende (polvormige) grassen, kruiden en struiken, resulteert in een rijker leefgebied voor insecten.

Free Full Text ( Final Version , 9mb )
Imposed Embargo until:
Fri, January 01 2027 at 01:00 (CET)

Additional Files
DLN2025126001cover.jpg Cover Image , 827kb