Het was een helse reis. Uren in een overvolle trein, een halve dag bergop in een stinkende Landrover totdat die ook niet verder kon en daarna de jungle door op de ongemakkelijke rug van een muildier. De laatste etappe, door het nevelwoud, moest ik te voet afleggen, bijna bezwijkend onder het gewicht van mijn rugzak. Gebroken bereikte ik de top van de berg. De plaggenhut van de heremiet viel niet op in de algehele grauwheid van de omgeving, maar een rookpluim verried de plaats. Ik wilde aankloppen maar er was geen deur. Eenmaal binnengetreden duurde het een paar minuten voordat ik de kluizenaar kon onderscheiden. Deze was gezeten op delen 4 tot en met 9 van THE BIRDS OF THE WESTERN PALEARCTIC en roerde in een kookpot. Het vuur, zo constateerde ik, werd gevoed door losse bladzijden uit A FIELD GUIDE TO THE RARE BIRDS OF BRITAIN AND EUROPE. Ik voelde me ongemakkelijk. De rook sneed mijn adem af.